Artikel
Impact van de verruimde beslistermijn van expirerend lijfrentekapitaal
18 mei 2026
Sinds dit jaar hebben consumenten aanzienlijk meer tijd om te bepalen wat zij met hun expirerende lijfrentekapitaal willen doen. Deze verruiming volgt uit de Fiscale Verzamelwet 2026 die op 1 januari in werking is getreden. Wat voor gevolgen heeft dit voor jouw klanten?
Gevolgen voor IB2001‑polissen
Met de Fiscale Verzamelwet 2026 krijgen klanten met een lijfrente die onder het huidige fiscale regime (IB2001) vallen, aanzienlijk meer ruimte.
Tot uiterlijk het kalenderjaar AOW + 5 jaar kan worden uitgesteld en in het uiterlijk daaropvolgende kalenderjaar moet de klant een lijfrente-uitkering aankopen. De eerste uitkering moet uiterlijk in het kalenderjaar AOW + 6 jaar zijn ontvangen.
Voorbeeld:
Ontvangt een klant in 2026 voor het eerst AOW en is de lijfrente in 2026 geëxpireerd, dan moet de eerste uitkering uiterlijk in 2032 plaatsvinden.
Gevolgen voor Brede Herwaardering-polissen (1990–2001)
Voor lijfrenteverzekeringen onder de Brede Herwaardering geldt dezelfde verruiming als bij IB2001. Stel je een lijfrente die onder de Brede Herwaardering valt uit, dan is voor die verzekering vanaf dat moment het regime IB2001 van toepassing.
Uitzondering: Brede Herwaardering met afgesproken expiratie die na AOW + 5 jaar ligt
Wanneer de afgesproken expiratiedatum van een lijfrente na het kalenderjaar AOW + 5 jaar ligt, mag deze expiratiedatum gewoon blijven staan. Bereikt deze lijfrente vervolgens de expiratiedatum, dan geldt de volgende wettelijke termijn: in het kalenderjaar volgend op het jaar van expiratie, moet de eerste uitkering zijn ontvangen. Uitstellen is in deze situatie dan niet meer mogelijk.
Gevolgen voor Pré‑Brede Herwaardering-polissen (vóór 16 oktober 1990)
Voor deze categorie gelden twee situaties, afhankelijk van het moment van expiratie.
Situatie: verzekering heeft expiratiedatum vóór of in kalenderjaar AOW + 5 jaar
Mogelijkheden:
- Verzekeringnemer onderneemt geen actie
Gevolg: Uiterlijk in AOW + 6 jaar moet de klant een lijfrente aankopen en moet de eerste uitkering zijn ontvangen.
- Uitstellen met een opvolgende lijfrente tot uiterlijk AOW + 5 jaar
Gevolg: Uiterlijk in AOW + 6 jaar moet de klant een lijfrente aankopen en moet de eerste uitkering zijn ontvangen.
- Uitstellen tot AOW + 6 jaar of later
Gevolg: In feite mag de klant onbeperkt uitstellen. De keuze voor verder uitstellen of het laten ingaan van de periodieke uitkering, moet uiterlijk in het kalenderjaar na de nieuwe expiratiedatum worden gemaakt. De betaling van de periodieke uitkering mag plaatsvinden na het jaar waarin de keuze gemaakt wordt. Ook mag de ingangsdatum van de nieuwe uitstelpolis plaatsvinden na het jaar waarin de keuze gemaakt is. Van belang is dat de keuze gemaakt moet zijn, uiterlijk in het kalenderjaar na het jaar van expiratie.
Situatie: verzekering heeft expiratiedatum ná kalenderjaar AOW + 5 jaar
Ook hier geldt dat de klant in feite onbeperkt mag uitstellen. De keuze voor verder uitstellen of het laten ingaan van de periodieke uitkering moet uiterlijk in het kalenderjaar na de nieuwe expiratiedatum worden gemaakt. De betaling van de periodieke uitkering mag plaatsvinden na het jaar waarin de keuze gemaakt wordt. Ook mag de ingangsdatum van de nieuwe uitstelpolis plaatsvinden na het jaar waarin de keuze gemaakt is. Van belang is dat de keuze gemaakt moet zijn uiterlijk in het kalenderjaar na het jaar van expiratie.
Dus stel: de expiratie van de polis staat op AOW+7. Dan moet in AOW+8 een DIL aangekocht zijn. De eerste uitkering moet uiterlijk in AOW+9 ontvangen zijn.
Als er geen actie wordt ondernomen, dan heeft dit fiscale consequenties. Wanneer de termijn verstrijkt zonder dat er actie is genomen, wordt dit volgens de wet automatisch gezien als afkoop. De klant ontvangt in dat geval een boete en moet aanzienlijk meer belasting betalen.
Hoe zit het met in 2025 geëxpireerde polissen (alle regimes)?
De beslistermijn voor expiraties in 2025 loopt af op 31 december 2026. De keuze voor verder uitstellen of het laten ingaan van de periodieke uitkering moet uiterlijk in 2026 worden gemaakt. De betaling van de periodieke uitkering mag in 2027 plaatsvinden. Ook mag de ingangsdatum van de nieuwe uitstelpolis plaatsvinden in 2027. Van belang is dat de keuze uiterlijk in 2026 gemaakt moet zijn. Uitstellen mag tot AOW+5.
Voor Pré‑Brede‑Herwaarderingsverzekeringen kan daarbij gekozen worden voor behoud van het fiscaal regime.
Overlijden voor expiratie
De huidige regels blijven van kracht: nabestaanden moeten de lijfrente laten starten vóór het einde van het tweede kalenderjaar na overlijden. Bij overlijden in 2026 moet de uitkering dus uiterlijk in 2028 ingaan.
Wat betekent de verruimde termijn voor jou en jouw klant?
Voordelen
- Meer tijd voor klanten om hun keuze af te stemmen op financiële situatie, gezondheid en wensen.
- Adviseurs krijgen een ruimer kader om scenario’s door te rekenen, te optimaliseren en te plannen (o.a. belastingdruk, inkomensplanning, spreiding).
Aandachtspunten
- Uitstelgedrag kan leiden tot rendementsverlies → door na expiratie geen keuze te maken, kan het lijfrentekapitaal tijdelijk weinig tot geen rendement opleveren.
- Verschillende regimes kennen verschillende uitzonderingen → goed dossieronderzoek blijft noodzakelijk.
Mogelijkheden bij Onderlinge Nederland
Wil je meer informatie of direct een vrijblijvende offerte voor je klant aanvragen? Ga naar het Levenportaal in Onderlinge Connect en ontdek de mogelijkheden.
Heb je nog geen aanstelling? Laat dan hier je gegevens achter; wij nemen snel contact met je op.
Voor vragen of een kennismaking met ons Levenportaal kun je altijd bellen met Partnermanagement: 070 – 342 12 82, of e-mailen naar partnermanagement@onderlingenederland.nl.
27 april 2026