Artikel
Wat moet je weten over de nabestaandenlijfrente?
02 februari 2026
Het komt helaas voor dat mensen voor de einddatum van hun lijfrenteverzekering overlijden. Het lijfrentekapitaal valt dan vrij. De begunstigden – meestal de partner of de kinderen – moeten hier een tijdelijke of levenslange uitkering van kopen: een nabestaandenlijfrente.
In dit artikel beschrijven we hoe een nabestaandenlijfrente werkt – denk aan duur uitkering voor verschillende erfgenamen en de fiscale regels.
Als iemand die een lijfrente opbouwt overlijdt, komt het lijfrentekapitaal vrij. Op de polis staat wie de begunstigde is. In veel gevallen is de partner de begunstigde. En als die er niet (meer) is, de kinderen of andere erfgenamen. Zij worden hierover geïnformeerd door de aanbieder waar de lijfrente is ondergebracht. De nabestaanden moeten het vrijgekomen lijfrentekapitaal gebruiken voor het aankopen van een nabestaandenlijfrente. Ze mogen zelf kiezen waar ze dit doen. Dit hoeft niet bij de aanbieder waar de lijfrente is opgebouwd.
Looptijd: tijdelijk of levenslang
Er bestaan tijdelijke en levenslange nabestaandenlijfrentes. Hiervoor gelden wettelijke regels. Als de begunstigde de partner is, kan hij /zij kiezen voor zowel een tijdelijke uitkering als voor een levenslange uitkering. Hoelang de tijdelijke uitkering minimaal moet duren, hangt af van de leeftijd van de partner. Hierbij houden we rekening met de sterftekansen.
Wanneer kinderen de begunstigden zijn, jonger dan 30 jaar, dan moet een tijdelijke uitkering uiterlijk eindigen in de maand waarin zij 30 jaar worden. Eerder mag ook. Als kinderen 30 jaar of ouder zijn, dan moet de uitkering levenslang zijn.
Wanneer er sprake is van een bancaire lijfrente (lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht), dan moet de nabestaandenlijfrente direct ingaan na overlijden, als de oudedagslijfrente nog niet is gestart. De looptijd van de uitkeringen hangt af van de leeftijd en relatie van de ontvanger. Voor ouders en kinderen die de AOW-leeftijd hebben bereikt, geldt een minimale looptijd van 20 jaar, verminderd met het aantal jaren dat zij ouder zijn dan de AOW-leeftijd. Voor ouders en kinderen ouder dan 30 jaar maar jonger dan de AOW-leeftijd, geldt eveneens een minimale looptijd van 20 jaar.
Kinderen jonger dan 30 jaar kunnen kiezen tussen een looptijd van minimaal 20 jaar of minimaal 5 jaar, waarbij de maximale looptijd gelijk is aan het aantal jaren dat zij jonger zijn dan 30 op het moment van de eerste uitkering. Bijvoorbeeld: een kind van 27 jaar mag kiezen voor een looptijd van 3 jaar.
Andere erfgenamen
Lijfrentekapitaal dat na een overlijden vrijvalt, komt meestal bij de partner of de kinderen terecht. Maar het kan ook zijn dat er andere begunstigden zijn, zoals broers, zussen, nichten en neven (de kring van bloed- of aanverwanten binnen de rechte lijn en 1e t/m 3e graad van de zijlijn). Voor de duur van de uitkeringen geldt voor hen hetzelfde als voor kinderen.
Ingangsdatum
Nabestaanden hebben het jaar van overlijden plus twee kalenderjaren de tijd om een nabestaandenlijfrente aan te kopen én de eerste uitkering moet ook uiterlijk plaatsvinden op 31 december van dat jaar. Dus als iemand in 2026 overlijdt, betekent het dat de eerste uitkering uiterlijk op 31 december 2028 uitgekeerd moet worden.
Fiscale regels
De nabestaanden moeten over de lijfrente-uitkeringen inkomstenbelasting betalen. Eerder heeft degene die de lijfrente opbouwde de betaalde premies mogen aftrekken in de inkomstenbelasting. De aanbieder die de lijfrente uitkeert, houdt loonheffing in. Als degene die de nabestaandenlijfrente ontvangt belastingaangifte doet, is het mogelijk dat er belasting wordt terugontvangen als er te veel belasting is ingehouden of alsnog inkomstenbelasting betaald moet worden ingeval te weinig belasting is ingehouden.
Afkopen
Het afkopen van een lijfrente, zodat je het hele bedrag ineens ontvangt, is fiscaal niet gunstig. Om te beginnen is er tegen het progressieve tarief (maximaal 49,5%) inkomstenbelasting verschuldigd. Daarboven kan de Belastingdienst een boete geven (revisierente) van maximaal 20% van het vrijgekomen lijfrentekapitaal. Bij de aangifte inkomstenbelasting wordt het definitieve bedrag vastgesteld, afhankelijk van het totale belastbaar inkomen.
Een kleine lijfrente (maximaal €5.513 in 2026) kan wel boetevrij worden afgekocht. Dat komt voor als in een gezin veel kinderen zijn die het lijfrentekapitaal samen moeten delen. De genoemde grens van maximaal €5.513 geldt dan per kind ofwel begunstigde. Er wordt dan wel belasting ingehouden, maar je hoeft geen revisierente te betalen. Je hoeft ook geen revisierente te betalen als je een lijfrentepolis hebt waarvoor de belastingregels van het oud-regime gelden. En je hoeft onder voorwaarden ook geen revisierente te betalen als de begunstigde arbeidsongeschikt is.
Mogelijkheden bij Onderlinge Nederland
Benieuwd naar de mogelijkheden voor jouw klant? Ga naar het Levenportaal in Onderlinge Connect en maak een vrijblijvende offerte voor je klant. Nog geen aanstelling? Laat hier je gegevens achter voor een aanstelling en wij nemen snel contact met je op.
Wil je een klantvraagstuk bespreken? Samen vinden we de beste aanpak. E-mail je vraag naar partnermanagement@onderlingenederland.nl.