belastingregels lijfrente
Belastingregels
voor lijfrente
Als je lijfrentepolis afloopt (expireert), kun je een aantal keuzes maken. Je kunt het kapitaal gebruiken om een nieuwe lijfrente aan te kopen (uitstellen) of het kapitaal laten uitkeren. Welke fiscale regels gelden, hangt sterk af van het regime waarin jouw polis valt. Er bestaan twee regimes, waarbij het nieuwe regime ook weer onder te verdelen valt in een aantal smaken.
Regimes
lijfrentes
Oud regime
- Pre Brede Herwaardering (PBH) > vóór 16 oktober 1990 voor periodieke premies en vóór 1 januari 1992 voor eenmalige koopsomstortingen
Nieuw regime
- Brede Herwaardering (BHW) > koopsom gestort tussen 1 januari 1992 en 1 januari 2001 of periodieke premies betaald tussen 16 oktober 1990 en 1 januari 2001
- Wet IB 2001 > vanaf 1 januari 2001
- Overgangsregels BHW en IB2001 voor overbruggingslijfrente > premies betaald tot 1 januari 2006
- Overgangsregels BHW en IB2001 voor tijdelijke oudedagslijfrente > afgesloten voor 1 januari 2014
Elk regime kent eigen mogelijkheden en beperkingen. Het oude regime (Pre-Brede Herwaardering) geeft de meeste vrijheid, terwijl IB2001 het strengst is. Het overgangsregime kan extra mogelijkheden bieden.
Algemene belastingregels
Heel algemeen gelden de volgende belastingregels voor expirerende lijfrentes:
- Belastbaar inkomen: Uitkeringen uit een expirerende lijfrente vallen in box 1 en verhogen je belastbaar inkomen, waarover je inkomstenbelasting betaalt. Hier staat tegenover dat je in het verleden belastingaftrek hebt genoten voor de koopsom(men) of premies die je betaald hebt. Er is dan geen belastingheffing in box 3 over je lijfrentekapitaal.
- Revisierente: Bij afkoop (in een keer het hele bedrag laten uitkeren zonder er een periodieke lijfrente-uitkering voor aan te kopen) of onjuiste aanwending kan een revisierente van 20% verschuldigd zijn. Dit is een extra belastingheffing naast de loonbelasting die je in box 1 moet betalen over de uitkeringen. Bij oud-regime lijfrentepolissen is er geen revisierente verschuldigd.
- Overdracht: Banken en verzekeraars hanteren overdrachtsformulieren om de fiscale status van je polis te waarborgen. Dit noemt men een PSK-formulier. Deze afkorting is afgeleid van het Protocol Stroomlijning Kapitaaloverdracht.
Oud regime
- Je mag de uitkering vaak flexibel vormgeven, uitstellen en bijvoorbeeld schenken aan een derde.
- Uitkeringen zijn belast als periodieke uitkeringen volgens de Wet IB 2001.
- Bij afkoop is geen revisierente (boete) verschuldigd (mits het nog een echte zuivere oud regime lijfrente betreft).
- Overgangsrecht kan van toepassing zijn waardoor je bepaalde voordelen behoudt.
Brede Herwaardering (1992–2001)
- Strenger dan het oude regime.
- Niet mogelijk om uitkeringen te schenken.
- Afkoop leidt tot belastingheffing en revisierente.
- Meer uniformiteit en beperking van fiscale voordelen.
Wet IB 2001 (vanaf 2001)
Dit is het huidig lijfrenteregime geldend voor lijfrentepolissen die vanaf 2001 zijn of worden afgesloten. Uitkeringen moeten voldoen aan strikte voorwaarden (looptijd, leeftijd/ingangsdatum, etc.), zoals:
- een levenslange oudedagslijfrente: deze keert uit zolang je leeft en mag op elk moment ingaan, maar uiterlijk 5 jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd.
- een tijdelijke oudedagslijfrente: deze heeft een minimale looptijd van 5 jaar en mag pas ingaan vanaf het jaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt en maximaal € 27.192 bruto per jaar bedragen.
Overdracht naar een lijfrenterekening of -beleggingsrecht is mogelijk.
Overgangsregime onder Wet IB 2001
- Voor bepaalde polissen geldt overgangsrecht, waardoor je nog gebruik kunt maken van oude fiscale voordelen. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat je meer vrijheid hebt in begunstiging of looptijd.
Laat je goed adviseren, want de keuzes die je nu maakt hebben direct invloed op je belastingdruk en je toekomstige inkomen.
Uitkering vaak belast tegen een lager tarief
De uitkeringen uit je lijfrente zijn (wanneer eerder de premies in aftrek zijn gebracht) belast in box 1, maar afhankelijk van de ingangsdatum mogelijk tegen een lager tarief dan tijdens je werkzame leven. Vanaf je AOW-leeftijd geldt namelijk een lager belastingtarief in box 1.
Flexibele planning van uitkeringen
Je kunt de uitkeringen plannen over meerdere jaren, zodat je optimaal gebruik maakt van de lage belastingtarieven na je AOW-leeftijd. Dit voorkomt dat je in een hogere belastingschijf terechtkomt.