belastingregels

Aanvullend pensioen opbouwen
en de belastingregels

Als je aanvullend pensioen opbouwt, kun je profiteren van de belastingregels. Die zorgen ervoor dat je op een fiscaal-vriendelijke manier kunt sparen of beleggen voor later.

Op deze pagina lichten we de fiscale werking van het opbouwen van aanvullend pensioen toe.

het nederlandse pensioenstelsel

Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers die samen zorgen voor inkomen voor later:

  1. de eerste pijler is de AOW, een basispensioen van de overheid dat je opbouwt als je in Nederland woont of werkt;
  2. de tweede pijler is het pensioen dat je via je werkgever opbouwt, vaak automatisch via een pensioenregeling;
  3. de derde pijler is het pensioen dat je zelf aanvullend kunt opbouwen. Er wordt hierbij ook wel gesproken over derde pijler pensioen.

Nederlands Pensioenstelsel


Als jij bij Onderlinge Nederland aanvullend pensioen gaat opbouwen valt dit onder de derde pijler.

Belastingboxen uitgelegd: dit moet je weten

Belasting over je inkomen en vermogen wordt geheven over drie verschillende categorieën: box 1, box 2 en box 3. Voor iedere box gelden eigen regels en belastingtarieven. In welke box iets valt, bepaalt hoeveel belasting je uiteindelijk betaalt.

Box 1: werk, inkomen en je woning

Box 1 is de box waar de meeste mensen mee te maken hebben. Hierin vallen inkomsten uit arbeid en andere vormen van inkomen, zoals een uitkering of pensioen. Ook een koopwoning hoort meestal bij box 1.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Salaris uit loondienst
  • Winst uit een onderneming
  • Uitkeringen
  • Pensioen
  • Een eigen woning

Over het inkomen in box 1 betaal je inkomstenbelasting. Hoe hoger je inkomen, hoe meer belasting je betaalt.

Box 2: aandelen in een besloten vennootschap (bv)

Box 2 is bedoeld voor mensen die een zogenoemd aanmerkelijk belang hebben in een besloten vennootschap (bv). Daar is sprake van als je minimaal 5% van de aandelen van een bv bezit.

In box 2 vallen onder andere:

  • Dividenduitkeringen
  • Winst bij de verkoop van aandelen
  • Andere inkomsten uit een aanmerkelijk belang

Box 3: sparen en beleggen

Box 3 gaat over je vermogen. Hierbij kijkt de Belastingdienst naar wat je bezit en welke schulden je hebt.

Voorbeelden van vermogen in box 3 zijn:

  • Spaargeld
  • Beleggingen
  • Een tweede woning
  • Cryptovaluta

Niet je volledige vermogen wordt belast. Er geldt namelijk een vrijstelling. Alleen het vermogen boven deze vrijstelling telt mee voor de belasting.

Waarom zijn de boxen belangrijk?

Elke box heeft zijn eigen belastingregels. Inkomen uit arbeid wordt anders belast dan vermogen. Daarom is het belangrijk om te weten welke inkomsten en bezittingen in welke box vallen. Dat helpt je om je belastingaangifte correct in te vullen en voorkomt verrassingen achteraf.

Samengevat:

Box 1 → inkomen uit arbeid, uitkeringen, pensioen en een eigen woning.
Box 2 → inkomsten uit aandelen in een eigen bedrijf (minimaal 5% belang).
Box 3 → vermogen, zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning.

Zo weet je precies waar de Belastingdienst naar kijkt en hoe verschillende soorten inkomen en vermogen worden belast.

Hoe werken de belastingregels bij aanvullend pensioen?

Als je geld stort voor (aanvullend) pensioen, mag je deze inleg vaak aftrekken van je inkomen in box 1. Daardoor betaal je nu minder belasting. Ook betaal je over geld in een aanvullend pensioen geen vermogensbelasting.

Later, als je pensioen wordt uitgekeerd, betaal je daarover belasting. Voor veel mensen kan dit gunstig zijn, omdat zij op dat moment mogelijk in een lager belastingtarief kunnen vallen. Hoeveel je mag opbouwen kun je berekenen op basis van jouw persoonlijke jaarruimte en eventuele reserveringsruimte.

jaarruimte en reserveringsruimte

Wat is jaarruimte
en reserveringsruimte?

Wat is jaarruimte?

Jaarruimte is de hoeveelheid pensioen die je in een jaar te weinig hebt opgebouwd volgens de belastingregels. De hoogte van je jaarruimte hangt af van je inkomen uit loondienst of winst uit een onderneming in het vorige jaar en je pensioenopbouw in het vorige jaar.

Heb je in een bepaald jaar minder pensioen opgebouwd dan je had mogen doen? Dan ontstaat er jaarruimte voor jou. Die jaarruimte is het maximale bedrag dat je met belastingvoordeel mag inleggen voor je pensioen. De jaarruimte wordt ieder jaar opnieuw berekend op basis van je inkomen en hoeveel pensioen je dat jaar al via je werk hebt opgebouwd. Heb je dat jaar geen pensioentekort, dan is je jaarruimte nul.

Hoe groot is je jaarruimte?

Je jaarruimte is elk jaar anders. In 2026 bedraagt de maximale jaarruimte €35.589. Dit kan minder zijn, afhankelijk van je pensioenopbouw en je inkomenspositie. Bereken voordat je een bedrag in een lijfrente stort (een product waarmee je later een extra inkomen ontvangt) je jaarruimte. Zodat je zeker weet je dat het bedrag binnen jouw jaarruimte valt.

Maak een berekening met onze jaarruimtetool of met de rekentool van de Belastingdienst. Houd voor het berekenen van jouw jaarruimte je belastingaangifte en Uniform Pensioenoverzicht (UPO) over het vorige jaar bij de hand. Je vindt de UPO in het portaal van jouw pensioenfonds.
Heb je in het afgelopen jaar twee of meerdere werkgevers gehad waarbij er premie werd betaald voor de opbouw van je pensioen? In dat geval moet je van al deze pensioenregelingen de UPO erbij pakken. Dit komt vaak voor wanneer je van baan gewisseld bent.

Reserveringsruimte: als je meer wilt storten dan binnen jouw jaarruimte mogelijk is

Heb je in eerdere jaren je jaarruimte niet volledig gebruikt? Dan kun je dit mogelijk alsnog doen met je reserveringsruimte. Reserveringsruimte is de niet-gebruikte jaarruimte van de afgelopen 10 jaar. In 2026 is de maximale reserveringsruimte €42.753. Samen met de maximale jaarruimte kan het bedrag dat je in 2026 kunt inleggen oplopen tot €78.342, afhankelijk van je situatie. Wil je je reserveringsruimte gebruiken? Dan is het verstandig om advies in te winnen bij een financieel adviseur.

Aanvullend pensioen opbouwen met fiscaal voordeel in box 1, of zonder fiscaal voordeel in box 3

Het opbouwen van aanvullend pensioen kan met gebruikmaking van de jaarruimte (fiscale afhandeling in box 1), of zonder jaarruimte in privé bijvoorbeeld door te sparen of beleggen (fiscale afhandeling in box 3).

Normaal gesproken tellen spaargeld en beleggingen mee voor de vermogensbelasting in box 3 Geld dat je binnen de fiscale regels inlegt in een derde pijler pensioenproduct (zoals een lijfrente of jaarruimteproduct) valt niet in box 3. Daardoor betaal je geen box 3-belasting over dit vermogen. Bovendien mag je de inleg vaak aftrekken van je inkomen in box 1. Je profiteert mogelijk dus van twee belastingvoordelen: minder inkomstenbelasting nu en geen belastingheffing in box 3.

Wanneer levert gebruik maken van jaarruimte belastingvoordeel op?

Het fiscaal vriendelijk opbouwen van aanvullend pensioen kan interessant zijn als je:

  • nog ongebruikte fiscale ruimte hebt (jaarruimte of reserveringsruimte);
  • nu in box 1 een hoger belastingtarief hebt dan vanaf je pensioen;
  • je heffingsvrije vermogen in box 3 al verbruikt hebt. Dan heb je voordeel doordat je over het bedrag dat je inlegt in je aanvullende pensioen, in box 3 geen vermogensbelasting hoeft te betalen.

Wanneer levert gebruik maken van jaarruimte geen of weinig belastingvoordeel op?

Het opbouwen van aanvullend pensioen met jaarruimte is minder of niet geschikt als je:

  • nu in box 1 een lager belastingtarief hebt, dan wanneer je straks je pensioenuitkeringen gaat ontvangen;
  • weinig of geen jaarruimte hebt.

Wat als je te veel hebt ingelegd?

Als je meer inlegt dan binnen jouw jaarruimte en reserveringsruimte past, kan dat vervelende fiscale gevolgen hebben. Een lijfrente is namelijk een fiscaal geblokkeerd pensioenproduct. Dat betekent dat te veel ingelegd geld niet zomaar kan worden teruggestort of opgenomen. Controleer daarom altijd voordat je een bedrag inlegt, of je nog jaarruimte of reserveringsruimte hebt.

Heb je meer ingelegd dan fiscaal aftrekbaar is? En heb je ook geen reserveringsruimte meer beschikbaar? Dan kun je bij de Belastingdienst een saldoverklaring aanvragen. De Belastingdienst noemt dit officieel een ‘Verklaring niet-afgetrokken premies of bedragen’. Met een saldoverklaring leg je vast welk deel van de premie voor je lijfrente niet in aftrek is gebracht in je aangifte inkomstenbelasting. Het bedrag wordt daarbij niet teruggestort. De verklaring zorgt er wel voor dat de Belastingdienst hier later rekening mee kan houden. Voor stortingen vanaf 2010 geldt een wettelijk maximum: per kalenderjaar kan maximaal € 2.269 aan niet-afgetrokken premies of stortingen meetellen voor een saldoverklaring, ook als je meer hebt ingelegd.

Heb je nog jaarruimte of reserveringsruimte? Dan kun je voor dat deel geen saldoverklaring aanvragen. Controleer dus altijd eerst of je nog reserveringsruimte hebt, voordat je een saldoverklaring aanvraagt.

Kan ik mijn geld (tussentijds) opnemen als ik dat wil?

Een lijfrente is bedoeld om aanvullend pensioen op te bouwen. Daarom gelden er belastingregels die ervoor zorgen dat het geld tot je pensioen vaststaat. Tijdens de opbouw profiteer je mogelijk van belastingvoordeel. Zo kun je de betaalde premie wellicht aftrekken van je inkomen in box 1 en telt het opgebouwde vermogen niet mee in box 3. Daar staat tegenover dat het geld bedoeld is voor een aanvulling op je inkomen voor later.

Het wel mogelijk om opgebouwd aanvullend pensioen (tussentijds) van de ene aanbieder naar de andere aanbieder over te hevelen zonder dat dit fiscale gevolgen heeft. Ook in dat geval kun je kapitaal niet tussentijds opnemen, en staat het vast tot je pensioendatum. Laat je goed informeren als je een dergelijke stap wilt zetten.

Wat gebeurt er als je een lijfrente afkoopt?

Wil je, ondanks dat het niet de bedoeling is, het geld toch eerder opnemen? Dan moet de lijfrente meestal worden afgekocht. Dat kan aanzienlijke fiscale gevolgen hebben en is in de meeste situaties dan ook niet aan te raden.

Bij afkoop wordt de waarde van de verzekering in één keer uitgekeerd. De Belastingdienst ziet dit als inkomen. Daardoor moet je inkomstenbelasting betalen over het uitgekeerde bedrag.

Daarnaast kan de Belastingdienst 20% revisierente in rekening brengen. Revisierente is een fiscale boete omdat het bedrag niet wordt gebruikt voor het doel waarvoor het belastingvoordeel is gegeven: inkomen voor later.

Zijn er uitzonderingen?

Voor kleine lijfrentes geldt er soms een uitzondering. Of revisierente verschuldigd is en hoeveel belasting je uiteindelijk betaalt, hangt af van jouw persoonlijke situatie en van de wet- en regelgeving die op dat moment geldt.

Overweeg je om een lijfrente af te kopen? Dan is het verstandig om vooraf goed inzicht te krijgen in de fiscale gevolgen en om hierover advies in te winnen.

Tot welke leeftijd kun je aanvullend pensioen opbouwen met belastingvoordeel?

Je kunt jouw jaarruimte en eventuele reserveringsruimte gebruiken tot en met het kalenderjaar waarin je vijf jaar ouder wordt dan je AOW-leeftijd. Tot die tijd kun je fiscaal vriendelijk opbouwen voor aanvullend pensioen.

Het is daarbij belangrijk om te weten dat de laatste storting uiterlijk moet zijn ingelegd vóór 31 december van het jaar waarin je deze leeftijd bereikt. Na dat moment kun je geen gebruik meer maken van de fiscale aftrek voor nieuwe stortingen.

Heb je het moment bereikt waarop je je inkomen wilt gaan aanvullen met je opgebouwde kapitaal? Dan koop je op dat moment een lijfrente-uitkering aan. Hiervoor gelden ook belastingregels die bepalen op welke moment, met welke looptijd en welke hoogte van de  lijfrente-uitkeringen mogelijk zijn.

lijfrente-uitkeringen

Wanneer moet je lijfrente-uitkering uiterlijk ingaan en ontvangen zijn?

Je lijfrente-uitkering moet uiterlijk ingaan in het zesde kalenderjaar nadat je de AOW-leeftijd hebt bereikt. Dit betekent dat de eerste lijfrente-uitkering uiterlijk vóór 31 december van dat jaar moet zijn ontvangen. De lijfrente-uitkering moet minimaal vijf jaar duren. Daarnaast geldt een wettelijk maximum voor het jaarlijkse uitkeringsbedrag in het geval van een tijdelijke lijfrente-uitkering. In 2026 bedraagt dit maximaal €27.192 per jaar. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast.

Het is daarom belangrijk om tijdig na te denken over de manier waarop je jouw opgebouwde kapitaal wilt laten uitkeren. Wacht je te lang en is de uiterste ingangsdatum verstreken? Dan kan de Belastingdienst het opgebouwde kapitaal aanmerken als een eenmalige uitkering. In dat geval moet je mogelijk in één keer inkomstenbelasting betalen over het volledige bedrag. Ook kan revisierente verschuldigd zijn. Heb je een verzekering bij Onderlinge Nederland? Dan informeren we je tijdig over de mogelijkheden, zodat je een passende keuze kunt maken.

Wanneer mag de lijfrente-uitkering op zijn vroegst ingaan?

Wanneer je jouw opgebouwde kapitaal wilt omzetten in een lijfrente-uitkering, heb je verschillende mogelijkheden. De belastingregels bepalen vanaf welk moment een lijfrente-uitkering mag starten en hoe lang deze minimaal moet lopen.

  • Kies je voor een levenslange lijfrente-uitkering? Dan mag de lijfrente-uitkering op iedere leeftijd De lijfrente-uitkeringen lopen vervolgens door zolang je leeft. Voor een levenslange lijfrente-uitkering geldt geen wettelijk maximum voor het jaarlijkse uitkeringsbedrag. Deze mogelijkheid kan alleen bij een verzekeraar worden afgesloten.
  • Kies je voor een lijfrente-uitkering voor een periode korter dan twintig jaar? Dan mag de lijfrente-uitkering niet eerder ingaan dan in het kalenderjaar waarin je de AOW-leeftijd De lijfrente-uitkering moet minimaal vijf jaar duren. Daarnaast geldt een wettelijk maximum voor het jaarlijkse uitkeringsbedrag. In 2026 bedraagt dit maximaal €27.192 per jaar. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast.
  • Kies je voor een lijfrente-uitkering voor een periode van twintig jaar of langer? Dan mag de lijfrente-uitkering al voor de AOW-leeftijd ingaan. De minimale looptijd bedraagt dan twintig jaar, vermeerderd met het aantal jaren dat je bij de start van de lijfrente-uitkering jonger bent dan je AOW-leeftijd. Ook voor deze variant geldt een wettelijk maximum voor het jaarlijkse uitkeringsbedrag van €27.192 in 2026.

Voor alle soorten lijfrentes geldt dat de lijfrente-uitkering uiterlijk moet ingaan in het zesde kalenderjaar nadat je de AOW-leeftijd hebt bereikt. De eerste lijfrente-uitkering moet dan uiterlijk vóór 31 december van dat jaar zijn ontvangen.

Impact van jouw lijfrente-uitkering op toeslagen en heffingskortingen

Een lijfrente-uitkering kan van invloed zijn op je totale inkomenssituatie. De lijfrente-uitkeringen komen boven op je AOW en eventuele pensioenuitkering van een werkgever. Hierdoor kan een deel van de uitkering in een hoger belastingtarief vallen, waardoor het fiscale voordeel van de eerdere premieaftrek kleiner uitpakt dan verwacht.

Ook kunnen hogere inkomsten gevolgen hebben voor inkomensafhankelijke regelingen. Zo kunnen heffingskortingen, zoals de algemene heffingskorting of ouderenkorting, lager uitvallen. In sommige situaties kan een hoger inkomen er ook toe leiden dat je minder recht hebt op toeslagen of deze volledig vervallen.

De uiteindelijke fiscale voordelen en gevolgen hangen af van jouw persoonlijke situatie en van de belastingregels die op dat moment gelden. Daarom is het verstandig om niet alleen naar het belastingvoordeel bij de inleg te kijken, maar ook naar de belastingheffing op het moment dat je pensioen wordt uitgekeerd.

Zzp’ers en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw)

Ben je zzp'er? Dan is het goed om te weten dat voor jou een extra aandachtspunt geldt.  Geld dat je stort in een lijfrente is wel aftrekbaar voor de inkomstenbelasting, maar verlaagt niet de grondslag voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). Daardoor betaal je tijdens de opbouwfase Zvw-bijdrage over inkomen dat je reserveert voor je aanvullend pensioen. Wanneer dit later tot uitkering komt, kan opnieuw een bijdrage Zvw verschuldigd zijn over de lijfrente-uitkeringen. Hierdoor kan het netto voordeel van pensioenopbouw via een lijfrente lager uitvallen dan je vooraf verwacht.

Wat gebeurt er bij overlijden?

Overlijd je voordat jouw aanvullend pensioen tot uitkering is gekomen? Dan wordt gekeken wie volgens de begunstiging op de polis recht heeft op het opgebouwde kapitaal. De verzekeringnemer, verzekerde en eerste begunstigde zijn altijd dezelfde persoon. Op de verzekering staat een volgorde van begunstigden vermeld. Als de eerste begunstigde overlijdt, komt automatisch de volgende begunstigde in aanmerking. Standaard zijn dit achtereenvolgens je echtgenoot of geregistreerd partner, je kinderen en vervolgens je erfgenamen.

Je kunt de begunstiging aanpassen aan jouw persoonlijke wensen. Daarbij geldt wel dat je zelf altijd de eerste begunstigde blijft en dat je erfgenamen als laatste begunstigde worden aangewezen. Alleen natuurlijke personen kunnen als begunstigde worden benoemd.

Verschillen tussen banken en verzekeraars

Verschillen tussen
verzekeraars en banken

Opbouw van het kapitaal

Als je fiscaal vriendelijk aanvullend pensioen wilt opbouwen, kun je vaak kiezen tussen banksparen en verzekeren. Hoewel de producten van deze aanbieders in de basis grotendeels op elkaar lijken, zijn er enkele belangrijke verschillen.

Bij banksparen bouw je pensioen op via een bank. Het bedrag dat je opbouwt, staat op een geblokkeerde rekening of wordt belegd binnen een geblokkeerd product.

Bij verzekeren bouw je aanvullend pensioen op via een verzekering, je kunt hierbij kiezen uit een gegarandeerd kapitaal of op basis van beleggen.

Lijfrente-uitkering

Het grootste verschil zit in de manier waarop je aanvullend pensioen later wordt uitgekeerd.  Als je kiest voor een bancaire lijfrente-uitkering wordt dit bedrag altijd tijdelijk uitgekeerd. Dat betekent dat de lijfrente-uitkering stopt na de afgesproken looptijd. Een levenslange lijfrente-uitkering is bij banksparen niet mogelijk. Wil je toch een levenslange lijfrente-uitkering? Dan kan dat bij een verzekeraar. Je kunt dan een lijfrente-uitkering krijgen zolang je leeft. Dat kan prettig zijn als je zekerheid wilt over inkomen voor de rest van je leven.

Ook bij overlijden zijn er verschillen

Bij banksparen gaat het saldo meestal naar je erfgenamen. Wie dat zijn, wordt bepaald door het erfrecht of door je testament. Je kunt binnen het bankspaarproduct l niet zelf vooraf begunstigden aanwijzen zoals bij een verzekering.

Bij een lijfrente kun je werken met begunstigden. Dat zijn de personen die volgens de verzekering recht hebben op de uitkering als je overlijdt. Daardoor kun je vooraf beter vastleggen wie in aanmerking komt. Hierdoor is het makkelijker om personen aan te wijzen die niet bij wet de eerste erfgenaam zijn. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarbij je met je partner samenwoont, maar geen geregistreerd partnerschap hebt. Wat er precies gebeurt bij overlijden, hangt af van de verzekering en de begunstiging die je hebt gekozen.

Heb je een Onderlinge Lijfrente bij Onderlinge Nederland? Als je voor het bereiken van de uitkeringsdatum komt te overlijden dan ontvangen de begunstigden een verzekerd bedrag bij overlijden. In de eerste helft van de looptijd is dat 90% van de op dat moment opgebouwde nettowaarde, daarna 100%. Dit bedrag moet dan gebruikt worden om een nabestaandenlijfrente aan te kopen. Bij een bankspaarrekening ontvangen de wettelijke erfgenamen het tot dan toe opgebouwde bedrag.

In onderstaande tabel zetten we de verschillen op een rij:

Onderwerp

Banksparen

Verzekeren

Aanbieder

Bank

Verzekeraar

Hoe bouw je op?

Sparen of beleggen op een geblokkeerde rekening

Sparen of beleggen via een lijfrenteverzekering. Bij Onderlinge Nederland bouw je altijd aanvullend pensioen op tegen een gegarandeerde vaste rente. Daarnaast maak je kans op te verdelen winst.

Tijdelijke lijfrente-uitkering mogelijk

Ja

Ja

Levenslange lijfrente-uitkering mogelijk

Nee

Ja

Oud-regime lijfrente mogelijk

Nee

Ja

Overbruggingslijfrente mogelijk

Nee

Ja

Begunstigden vooraf aanwijzen

Niet

Ja

Wat gebeurt er bij overlijden?

Het saldo gaat meestal naar de erfgenamen

Afhankelijk van de gekozen verzekering en begunstiging

Vrijheid bij nalatenschap

Beperkt tot erfrecht of testament

Meer mogelijkheden via begunstiging

Depositogarantiestelsel

Ja, tot de wettelijke grenzen

Niet van toepassing

Maatwerk in lijfrente-uitkeringen

Beperkter

Vaak meer mogelijkheden

Hulp nodig?

Vind je dit ingewikkeld en heb je hulp nodig? Raadpleeg dan een financieel adviseur om je te helpen.

Contact

Neem gerust
contact met ons op

Bel ons

Wij zijn bereikbaar van maandag tot
en met vrijdag tussen 8.00 en 17.30 uur.

Stuur ons een e‑mail

Wij beantwoorden je e‑mail
binnen 5 werkdagen.