belastingregels
Pensioen opbouwen
met belastingaftrek
Wil je later meer inkomen dan alleen het pensioen dat je krijgt van de overheid en via je werk? Dan kun je zelf aanvullend pensioen opbouwen. Met de Onderlinge Lijfrente van Onderlinge Nederland bouw je vermogen op voor later. In veel gevallen profiteer je daarbij ook van belastingaftrek.
Op deze pagina lees je:
Hoe zit het pensioen in
Nederland in elkaar?
In Nederland bestaat het pensioenstelsel uit drie onderdelen, ook wel “pijlers” genoemd.
| Pijler 1 AOW | Basisinkomen van de overheid. Je bouwt dit op als je in Nederland woont of werkt. |
|---|---|
| Pijler 2 Pensioen via je werkgever | Pensioen dat je meestal opbouwt bij je werkgever, vaak via een pensioenregeling. |
| Pijler 3 Zelf aanvullend pensioen opbouwen | Extra pensioen dat je zelf regelt, bijvoorbeeld met een lijfrenteverzekering, een bankspaarrekening of een pensioenrekening. |
Bouw je aanvullend pensioen op bij Onderlinge Nederland? Dan doe je dat binnen deze derde pijler.
Belastingboxen eenvoudig uitgelegd
De Belastingdienst verdeelt je inkomen en vermogen over drie belastingboxen: box 1, box 2 en box 3. Voor elke box gelden eigen belastingregels. In welke box je inkomen of vermogen valt, bepaalt hoeveel belasting je betaalt.
Hieronder zie je wat onder box 1, box 2 en box 3 valt. Zo krijg je snel inzicht in hoe de Belastingdienst jouw inkomen en vermogen belast.
Waarom zijn deze boxen belangrijk?
Voor box 1, box 2 en box 3 gelden verschillende belastingregels. Daarom is het belangrijk om te weten in welke box jouw inkomen en vermogen vallen. Zo krijg je meer inzicht in jouw belastingsituatie.
Kort samengevat:
- Box 1 – inkomen uit werk, uitkeringen, pensioen en je eigen woning
- Box 2 – inkomsten uit aandelen in een eigen bv (vanaf 5% aandelenbezit)
- Box 3 – vermogen, zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning
Belastingaftrek bij aanvullend pensioen
Bouw je aanvullend pensioen op binnen de fiscale regels? Dan kun je vaak profiteren van belastingaftrek. Het bedrag dat je inlegt, mag je vaak aftrekken van je inkomen in box 1. Daardoor betaal je nu minder belasting.
Daarnaast telt het geld dat je opbouwt voor je aanvullend pensioen meestal niet mee als vermogen in box 3. Je betaalt hierover tijdens de opbouw dus geen . Dat is de belasting die je over je vermogen in box 3 betaalt.
Pas wanneer je pensioen later wordt uitgekeerd, betaal je hierover belasting. Voor veel mensen kan dit gunstig zijn, omdat zij dan mogelijk in een lager belastingtarief vallen.
Aanvullend pensioen opbouwen:
mét of zonder belastingaftrek
Je kunt dus op twee manieren vermogen opbouwen voor later:
- Belastingaftrek in box 1
Je gebruikt je jaarruimte of je reserveringsruimte en bouwt zo met belastingaftrek aanvullend pensioen op.
- Geen belastingaftrek in box 3
Je spaart of belegt zonder je jaarruimte of reserveringsruimte te gebruiken. Je hebt dan geen belastingaftrek.
Wat past bij jou?
Wil je je belastingaftrek benutten en staat het geld vast voor later? Dan kan pensioen opbouwen via je jaarruimte aantrekkelijk zijn. Wil je liever vrij kunnen beschikken over je geld? Dan past sparen of beleggen in box 3 mogelijk beter bij jouw situatie.
Wil je weten hoeveel je fiscaal voordelig kunt opbouwen?
Bereken dan jouw persoonlijke jaarruimte en eventuele reserveringsruimte.
Jaarruimte
en reserveringsruimte
Wat is jaarruimte?
Bouw je via je werkgever of als ondernemer minder pensioen op dan fiscaal mogelijk is? Dan kan je jaarruimte hebben. Jaarruimte is het bedrag dat je van de Belastingdienst met belastingaftrek mag gebruiken om extra pensioen op te bouwen. Of je jaarruimte hebt, hangt af van je inkomen en hoeveel pensioen je al opbouwt.
Rekenvoorbeeld 1
Stel: je verdient € 50.000 per jaar.
- Via je werkgever bouw je weinig pensioen op.
- Je hebt berekend dat je € 4.000 jaarruimte hebt.
- Dan mag je maximaal € 4.000 inleggen voor extra pensioen.
Leg je € 4.000 in?
- Dan mag je dit bedrag aftrekken in je belastingaangifte.
- Betaal je bijvoorbeeld 36% inkomstenbelasting. dan krijg je ongeveer € 1.450 terug van de Belastingdienst. (35,75% over € 38.883 en 37,56% over € 11.117. Dit leidt tot gemiddeld 36,15% belasting)
- Je netto kosten zijn dan ongeveer € 2.550 terwijl er € 4.000 voor je pensioen wordt opgebouwd.
Rekenvoorbeeld 2
Stel:
- Je hebt € 4.000 jaarruimte in dit jaar;
- En hebt dit jaar al € 1.500 in een pensioenproduct gestort.
Dan mag je dit kalenderjaar nog € 2.500 in een pensioenproduct storten.
De bedragen zijn een schatting. Het uiteindelijke bedrag kan anders zijn. Dit is onder andere afhankelijk van je financiële situatie, hoeveel pensioen je zelf hebt opgebouwd en je jaarruimte.
Hoe bereken je je jaarruimte?
Je jaarruimte is ieder jaar anders. Hoeveel jaarruimte je hebt, hangt af van je inkomen en de pensioenopbouw via je werkgever in het voorgaande jaar. In 2026 bedraagt de maximale jaarruimte € 35.589 maar voor jou kan dit bedrag lager zijn.
Wil je extra pensioen opbouwen bij een verzekeraar of een bank?
Bereken eerst je jaarruimte. Zo weet je hoeveel je met belastingaftrek kunt gebruiken voor extra pensioen. Fiscaal heet dit een lijfrente of bancaire lijfrente.
Tip: Houd voor de berekening van je jaarruimte je belastingaangifte en Uniform Pensioenoverzicht (UPO) van het vorige jaar bij de hand. Je vindt je UPO als je inlogt bij de website van je pensioenuitvoerder. Heb je vorig jaar bij meerdere werkgevers pensioen opgebouwd? Gebruik dan de UPO's van al je pensioenregelingen. Bijvoorbeeld als je van baan bent gewisseld.
Reserveringsruimte: gebruik je ongebruikte jaarruimte uit eerdere jaren
Heb je in eerdere jaren niet al je jaarruimte gebruikt? Dan kun je deze mogelijk alsnog gebruiken via je reserveringsruimte. Dit is de niet-gebruikte jaarruimte van de afgelopen tien jaar.
In 2026 bedraagt de maximale reserveringsruimte € 42.753. Samen met de maximale jaarruimte kun je, afhankelijk van je situatie, tot € 78.342 met belastingaftrek inleggen voor aanvullend pensioen. Wil je gebruikmaken van je reserveringsruimte? Dan kan financieel advies verstandig zijn.
Veelgestelde vragen
over jaarruimte
Wanneer levert je pensioen aanvullen met jaarruimte belastingvoordeel op?
Het opbouwen van aanvullend pensioen met je jaarruimte kan interessant zijn als je:
- nog ongebruikte jaarruimte of reserveringsruimte hebt;
- nu meer belasting betaalt in box 1 dan je waarschijnlijk betaalt nadat je met pensioen bent. Je valt dan mogelijk in een lager belastingtarief. Je krijgt nu meer belasting terug in box 1 over je opgebouwde aanvullende pensioen dan je later betaalt in box 1 over je pensioeninkomen;
- meer vermogen hebt dan het heffingsvrije vermogen in box 3. De Belastingdienst belast niet al je spaargeld en beleggingen. Er geldt een vrijstelling. Pas als je meer vermogen hebt dan deze vrijstelling, betaal je vermogensbelasting in box 3. Het geld dat je binnen de fiscale regels inlegt voor aanvullend pensioen telt tijdens de opbouw meestal niet mee in box 3. Hierdoor betaal je hierover geen vermogensbelasting.
Wanneer levert jaarruimte weinig of geen belastingaftrek op?
Jaarruimte levert weinig of geen belastingaftrek op als je:
- weinig of geen jaarruimte hebt;
- later waarschijnlijk meer belasting betaalt over je pensioenuitkering dan je nu betaalt over je inkomen.
Wat als je te veel inlegt?
Leg je meer in dan je beschikbare jaarruimte en reserveringsruimte? Dan kun je dat deel niet aftrekken in je belastingaangifte. Omdat een lijfrente een fiscaal geblokkeerd pensioenproduct is, kun je het te veel ingelegde bedrag meestal niet zomaar terughalen. Controleer daarom altijd vooraf hoeveel jaarruimte en reserveringsruimte je hebt.
Heb je toch meer ingelegd dan je kunt aftrekken?
Dan kun je bij de Belastingdienst een saldoverklaring aanvragen. Daarmee leg je vast welk deel van je inleg niet is afgetrokken. De Belastingdienst houdt hier later rekening mee. Voor stortingen vanaf 2010 geldt een wettelijk maximum: per kalenderjaar kan maximaal € 2.269 aan nietafgetrokken premies of stortingen meetellen voor een saldoverklaring. Ook als je meer hebt ingelegd. Controleer wel eerst of je nog reserveringsruimte hebt. Zolang je die nog kunt gebruiken, kun je voor dat deel geen saldoverklaring aanvragen.
Kan je je geld tussentijds opnemen?
Nee. Een lijfrente is bedoeld voor het opbouwen van aanvullend pensioen. Daarom staat het opgebouwde vermogen meestal vast tot je pensioen ingaat.
Je kunt het opgebouwde pensioenkapitaal wel overdragen naar een andere financiële instelling. Dit heeft meestal geen fiscale gevolgen. Het geld blijft dan wel bestemd voor je pensioen en kun je niet tussentijds opnemen. Laat je goed informeren als je jouw pensioen wilt overdragen naar een andere aanbieder.
Wat gebeurt er als je jouw aanvullende pensioen eerder laat uitkeren?
Het geld dat je met belastingaftrek opbouwt voor aanvullend pensioen is bedoeld voor later. Fiscaal heet dit een lijfrenteverzekering. Neem je het aanvullende pensioen dat je hebt opgebouwd eerder op? Dan kan dat fiscale gevolgen hebben. Je betaalt dan inkomstenbelasting over het bedrag dat je ontvangt. Ook kan de Belastingdienst een extra belasting rekenen. Dit heet revisierente. Voor kleine lijfrentes gelden soms andere regels. Of je revisierente betaalt en hoeveel, hangt af van jouw situatie.
Wil je je aanvullende pensioen dat je hebt opgebouwd eerder opnemen? Laat je dan vooraf informeren over de fiscale gevolgen.
Tot welke leeftijd kun je aanvullend pensioen met belastingaftrek opbouwen?
Je kunt je jaarruimte en reserveringsruimte gebruiken tot en met het jaar waarin je vijf jaar ouder wordt dan je AOW-leeftijd. Daarna kun je geen gebruik meer maken van de fiscale aftrek voor nieuwe stortingen.
Wil je je opgebouwde pensioen later laten uitkeren om je inkomen aan te vullen? Dan zet je dit om in een lijfrente-uitkering. Hiervoor gelden belastingregels die bepalen wanneer en hoe de uitkeringen plaatsvinden.
Uitkeringen van
aanvullend pensioen
Je aanvullend pensioen laten uitkeren
Heb je vermogen opgebouwd voor je aanvullend pensioen? Dan kun je dit later omzetten in een pensioenuitkering. Fiscaal noemen we dit een lijfrente-uitkering. Je hebt daarbij verschillende mogelijkheden. De belastingregels bepalen wanneer je uitkering kan starten en hoe lang deze minimaal moet lopen. We leggen uit welke keuzes je hebt en waar je rekening mee moet houden.
Wanneer moet je pensioenuitkering uiterlijk ingaan?
De uitkering van je aanvullende pensioen moet uiterlijk in het zesde kalenderjaar nadat je de AOW-leeftijd hebt bereikt starten. Fiscaal noemen we dit een lijfrente-uitkering. De eerste uitkering moet uiterlijk vóór 31 december van dat jaar zijn ontvangen.
Voorbeeld
Stel dat jouw toekomstige AOW-leeftijd 67 jaar en 6 maanden is, dan moet je jouw eerste lijfrente-uitkering uiterlijk op 31 december van het jaar waarin je 73 jaar bent geworden ontvangen hebben.
Voor een tijdelijke lijfrente geldt een minimale looptijd van vijf jaar en een wettelijk maximumbedrag per jaar. In 2026 is dat maximaal € 27.192. Dit bedrag wordt jaarlijks.
Maak je keuze op tijd
Bedenk op tijd hoe je jouw opgebouwde pensioenvermogen wilt laten uitkeren. Doe je dat niet? Dan kan de Belastingdienst het opgebouwde bedrag zien als een eenmalige uitkering. Je betaalt dan mogelijk direct belasting over het hele bedrag. Ook kan een extra fiscale heffing gelden. Heb je een verzekering bij Onderlinge Nederland? Dan informeren wij je op tijd over de mogelijkheden, zodat je een passende keuze kunt maken.
Wanneer kan je pensioenuitkering starten?
Je kunt jouw opgebouwde pensioenvermogen op verschillende manieren laten uitkeren. Wanneer je uitkering mag starten en hoe lang deze minimaal moet duren, hangt af van de keuze die je maakt.
Invloed op belasting, toeslagen en heffingskortingen
Je uitgekeerde aanvullende pensioen telt mee als inkomen. Daardoor kun je meer belasting betalen en kunnen heffingskortingen of toeslagen lager uitvallen. Hoe groot dit effect is, hangt af van jouw persoonlijke situatie.
Kijk daarom niet alleen naar de belastingaftrek tijdens de opbouw van je pensioen, maar ook naar de gevolgen op het moment dat je uitkeringen ontvangt. Zo kun je een keuze maken die past bij jouw situatie.
Voorbeeld gebruik maximale jaarruimte
Stel:
Je bent 53 jaar. Dan krijg je over 15 jaar pensioen van de overheid. Je bent dan je 68 jaar. Je hebt een belastbaar inkomen van € 40.000.
Je hebt via je werkgever geen pensioen opgebouwd.
Jouw maximale jaarruimte na berekening op basis van deze gegevens € 6.248.
Je krijgt via je belastingaangifte ca. € 2.200 terug als je je jaarruimte volledig inlegt.
De bedragen zijn een schatting. Het uiteindelijke bedrag kan anders zijn. Dit is onder andere afhankelijk van je financiële situatie, hoeveel pensioen je zelf hebt opgebouwd en je jaarruimte.
Voorbeeld gebruik deel van jaarruimte
Stel:
Je legt nu € 5.000 in. Dat is minder dan de toegestane jaarruimte van € 6.248. Van de € 5.000 krijg je bij je belastingaangifte € 1.800 terug.
De bedragen zijn een schatting. Het uiteindelijke bedrag kan anders zijn. Dit is onder andere afhankelijk van je financiële situatie, hoeveel pensioen je zelf hebt opgebouwd en je jaarruimte.
Wat gebeurt er met je pensioen als je overlijdt?
Overlijd je voordat jouw aanvullend pensioen tot uitkering is gekomen? Dan wordt gekeken wie volgens de begunstiging op de polis recht heeft op het opgebouwde kapitaal. De begunstigden zijn de personen die het geld krijgen als je overlijdt. De verzekeringnemer, verzekerde en eerste begunstigde zijn altijd dezelfde persoon. Op de verzekering staat een volgorde van begunstigden vermeld. Als de eerste begunstigde overlijdt, komt automatisch de volgende begunstigde in aanmerking. Standaard zijn dit achtereenvolgens je echtgenoot of geregistreerd partner, je kinderen en vervolgens je erfgenamen.
Je kunt de begunstiging aanpassen aan jouw persoonlijke wensen. Daarbij geldt wel dat je zelf altijd de eerste begunstigde blijft en dat je erfgenamen als laatste begunstigde worden aangewezen. Alleen natuurlijke personen kunnen als begunstigde worden benoemd.
Heb je een Onderlinge Lijfrente bij ons? Dan ontvangen jouw nabestaanden bij overlijden vóór de uitkeringsdatum in de eerste helft van de looptijd een uitkering die gelijk is aan 90% van de op dat moment opgebouwde nettowaarde. Bij voortijdig overlijden in de tweede helft van de looptijd is de uitkering 100%. Jouw nabestaanden kopen hiermee een nabestaandenlijfrente aan.
Verschillen tussen
verzekeraars en banken
Banksparen of verzekeren: wat past bij jou?
Je weet nu hoe aanvullend pensioen werkt en welke belastingregels daarbij horen. Een laatste keuze is de manier waarop je pensioen opbouwt: via een bank of een verzekeraar. Beide mogelijkheden bieden belastingaftrek, maar er zijn verschillen in de uitkeringen en wat er gebeurt als je overlijdt.
Opbouwfase: aanvullend pensioen bij een bank of verzekeraar
Je kunt aanvullend pensioen opbouwen via een bank of via een verzekeraar, zoals Onderlinge Nederland.
- Bij een bank staat je geld op een geblokkeerde pensioenspaarrekening of pensioenbeleggingsrekening, waarmee je spaart of belegt om aanvullend pensioenvermogen op te bouwen.
- Bij een verzekeraar, en dus ook bij ons, bouw je pensioenvermogen op in een pensioenverzekering, ook wel lijfrenteverzekering genoemd. Afhankelijk van de aanbieder kun je hierbij kiezen of je wilt beleggen of tegen een gegarandeerd rendement pensioenvermogen wilt opbouwen. Als je bij Onderlinge Nederland aanvullend pensioen opbouwt doe je dit tegen een vaste gegarandeerde rente en is je eindkapitaal gegarandeerd. Daarnaast maak je kans op mogelijke ‘te verdelen winst’.
Bij overlijden tijdens de opbouwfase gaat het opgebouwde vermogen bij een bank meestal naar je erfgenamen. Bij een verzekeraar hangt dit af van de voorwaarden die je hebt afgesproken. Het opgebouwde vermogen gaat naar de door jou aangewezen begunstigde(n), maar er kunnen ook aanvullende overlijdensdekkingen zijn waardoor een hoger bedrag wordt uitgekeerd.
Uitkeringsfase: pensioenuitkering bij een bank of verzekeraar
Wanneer je met pensioen gaat, moet het opgebouwde pensioenvermogen worden omgezet in een periodieke lijfrente-uitkering.
- Bij een bank staat je opgebouwde aanvullend pensioen op een geblokkeerde spaar- of beleggingsrekening, ook wel lijfrenterekening genoemd. De lijfrente-uitkeringen hebben altijd een tijdelijk karakter. Je kunt hierbij voor verschillende duren kiezen. Een levenslange uitkering is niet mogelijk.
- Bij verzekeren ontvang je de lijfrente-uitkeringen van je aanvullend pensioen uit een lijfrenteverzekering. Hierbij kun je kiezen voor levenslange uitkeringen, maar ook voor uitkeringen voor een bepaalde duur naar keuze, bijvoorbeeld 5 jaar, 10 jaar, of een andere looptijd naar keuze.
Bij overlijden tijdens de uitkeringsfase is er ook een verschil. Bij een bank gaat het resterende vermogen meestal naar je erfgenamen. Wie dat zijn, wordt bepaald door de wet of door je testament.
Wat er bij een verzekeraar gebeurt bij overlijden tijdens de uitkeringsfase, hangt af van het aantal verzekerden dat je hebt gekozen bij het afsluiten van je lijfrente-uitkeringen. Bij een lijfrente-uitkering zonder nabestaandenvoorziening stoppen de uitkeringen bij overlijden. Daar staat dan meestal wel een hogere lijfrente-uitkering tegenover. Kies je voor een uitkering met een partner- of nabestaandenvoorziening, dan lopen de lijfrente-uitkeringen geheel of gedeeltelijk door voor de 2e verzekerde. Meestal is dat je partner, maar dit kan ook iemand anders zijn die je benoemt in je verzekering.
In onderstaande tabel zetten we de verschillen op een rij:
Contact
Neem gerust
contact met ons op
Bel ons
Wij zijn bereikbaar van maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 en 17.30 uur.